ACTUEEL

 

Algemene Studiedag VvM

Onderzoek en onderwijspraktijk

11 april 2015

Koninklijk Conservatorium Den Haag

Docenten van diverse conservatoria en een buitenlandse gast stellen hun onderzoek voor. Daarbij is de link met hun eigen onderwijspraktijk en/of uitvoering cruciaal. Via diverse presentatievormen wordt een brede waaier aan onderwerpen aangereikt.

Voorafgaand aan de Studiedag vindt de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering plaats. Als afsluiting is een gezamenlijk diner gepland. Meer informatie is te vinden in de uitnodiging en in het gedetailleerde programma met abstracts.

PROGRAMMA

9u Welkom

9u30 ALV

10u30 Pauze

11u Sessie 1

Bert Mooiman (Koninklijk Conservatorium, Den Haag)

Historically Inspired Improvisation. Improviseren met bestaande muziek als inspiratiebron.

Abstract

Improvisatie neemt een belangrijke plaats in aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Sinds dit cursusjaar is het tevens een cruciaal onderdeel binnen het nieuw opgezette curriculum voor muziektheorie. Vanuit deze voedingsbodem is mijn eigen promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden tot stand gekomen. Het centrale onderwerp daarvan is de rol van improvisatie in 19de-eeuwse muziek, met bijzondere aandacht voor de raakvlakken tussen improvisatie en interpretatie.

In deze presentatie zal ik dit verband onderzoeken, vertrekkende van een opgenomen duo- improvisatie tijdens een les. De gebruikte analytische benadering werpt ook een nieuw licht op traditionele muziektheoretische concepten. Daarnaast zal ik een concreet voorbeeld van de voorgestelde methode uitwerken: een manier om de ornamentele musiceerstijlen uit de vroege 19de eeuw weer actief te leren beheersen.

Het doel van deze benadering is niet het à l’improviste produceren van pastiches of stijlkopieën. In plaats van de inmiddels gangbare term ‘klassieke improvisatie’ stel ik daarom Historically Inspired Improvisation voor: improvisatie die grondige kennis van het musiceren in een nabij of ver verleden gebruikt als inspiratiebron. Door die kennis te integreren in ons eigen creatieve musiceren, heeft improvisatie het vermogen alle ‘musicking’ (Chr. Small) te bevruchten – zelfs wanneer wij van partituren spelen.

11u45 Sessie 1

Karst de Jong (Koninklijk Conservatorium, Den Haag; ESMUC, Barcelona)

Navigating through Harmony. De melodische progressies van de fundamenten als nieuwe didactische invalshoek voor tonale improvisatie.

Abstract

Een van de grootste uitdagingen bij het improviseren in tonale stijlen is het creëren van logische akkoordprogressies, daar waar deze niet van te voren vastliggen. Bij het onderwijzen hiervan moeten heel specifieke problemen worden opgelost, en zijn traditionele analyse en compositie methodes niet altijd effectief. De motivatie voor dit onderzoek is om deze problemen op te lossen met behulp van nieuwe inzichten welke zijn opgedaan in het doorlopend onderzoek samen met Thomas Noll. De ruimtelijke voorstelling van harmonische connecties zoals voor het eerst geponeerd door Gottfried Weber is hierbij een zeer interessant uitgangspunt. De ontwikkeling van een symbooltaal voor het uitdrukken van connecties tussen de akkoordfundamenten maakt het mogelijk voor de improvisator om op een intuïtieve manier logische routes te vinden door het veld van harmonische mogelijkheden.

Job Ijzerman (Conservatorium van Amsterdam)

Methode voor harmonisch contrapunt. Een modelmatige benadering van de tonale harmonie van 1700-1850.

Abstract
Sinds de publicaties van Robert O. Gjerdingen (Music in the Galant Style, 2007) en Giorgio Sanguinetti (The Art of Partimento, 2012) lijkt zich een paradigmawijziging af te tekenen binnen de muziektheorie. Steeds vaker wordt het 18de- en 19de-eeuwse repertoire benaderd met behulp van stilistische modellen (schemata) in plaats van met theoretische vormconcepten. Steeds vaker ook wordt de educatieve potentie van de 18de-eeuwse partimento erkend en als mogelijk alternatief gezien voor de heden ten dage gebruikelijke harmonieleer. Een belangrijke reden van deze veranderende inzichten is een breed gevoelde behoefte aan concretisering de muziektheorie.

De vraag is hoe deze nieuwe inzichten en standpunten zich laten vertalen naar het onderwijs. Bij wijze van antwoord op deze vraag wil ik een methode voor harmonisch contrapunt presenteren. Bij het ontwerp hiervan heb ik me laten leiden door de volgende uitgangspunten:

1. De kunstmatige scheiding tussen harmonie en contrapunt wordt opgeheven;
2. Alle onderdelen worden werkelijk gehoord en diepgaand begrepen;
3. Alle oefeningen worden gezongen.
In de workshop zullen we gezamenlijk oefeningen zingen en bespreken. Alle aanwezigen worden van harte uitgenodigd actief mee te doen en mee te denken.

12u30 Pauze

12u45 Sessie 2

13u30 Lunchpauze

Gratis lunch voor leden van de VvM.

15u Sessie 3

Sigrun Heinzelmann (Oberlin Conservatory of Music, USA)

Ravel's Valses nobles et sentimentales. Analysis, Interpretation, Scenario,Choreography.

Abstract
My project, "Grundgestalt and Gesture in Ravel’s Valses nobles et sentimentales" links close musical analysis to the study of musical gesture, embodiment, dance, and narrative. Ravel originally composed the work for piano in 1911, then orchestrated it for the ballet Adélaïde in 1912. My analysis has revealed that motivic gestures connect the embodied experiences of musicians, audience, and dancers while also carrying the scenario. Variations of Grundgestalt motives cover a wide spectrum of affect: the same motivic shape may evoke an exuberant or a pleading gesture. Both actual and implied gestures project meaning and support both internal (psychological) and external (choreographical) narratives.

Ralf Pisters (Conservatorium van Amsterdam)

De gebaren van de Satz: een algemeen model.

Abstract
Sinds Schoenbergs introductie van de Satz in de eerste helft van de twintigste eeuw neemt deze een centrale plek in in vrijwel alle theorieën over klassieke zinsbouw. Vrijwel altijd worden de eerste acht maten van Beethovens pianosonate opus 2 no. 1 in f klein als schoolvoorbeeld gepresenteerd. Recent hebben theoretici echter beweerd dat de Satz in dermate verschillende gedaanten voorkomt dat een te sterke focus op dit ene Beethoventhema de vorm in feite oversimplificeert. Daarnaast hebben verschillende auteurs gepoogd specifieke satzkenmerken binnen andere stijlen dan de klassieke te beschrijven. Dit heeft geleid tot specifieke satzstudies voor de werken van onder anderen Wagner (BaileyShea), Bartók (Broman) en Schubert (Rodgers).

In deze lezing stel ik een satzclassificatie voor die afwijkt van de bestaande modellen en niet aan een bepaalde stijl gebonden is. Ik laat het uitgangspunt los dat een Satz in principe in een thematische context wordt aangetroffen, alsmede het idee dat een Satz in wezen een achtmatig verschijnsel is. Ik neem de ritmische kenmerken van de Satz als uitgangspunt en baseer mijn classificatie op groeperingsstructuren. Hierdoor worden een aantal typische muzikale gebaren blootgelegd die wezenlijk van elkaar verschillen, maar tevens in dialoog met elkaar kunnen treden, en zelfs met andere themastructuren zoals de periode.

15u45 Sessie 3

16u30 Pauze

 

16u45 Sessie 4

Ida Vujovic (Koninklijk Conservatorium, Den Haag)

"(Niet) opnieuw beginnen!" Over solfègepedagogiek.

Abstract

Wanneer solfègeles pas een vast onderdeel wordt op een hoger onderwijsniveau (lees: op conservatoria),zijn eerstejaarsstudenten tegelijkertijd beginners en gevorderden. Sommige vaardigheden worden ontwikkeld tijdens het (leren) spelen. Echter, deze vaardigheden zijn niet altijd ‘ready to use’, andere basisvaardigheden zijn vaak helemaal niet ontwikkeld. Als de solfègedocent op reeds bestaande kennis/vaardigheden van de studenten wil voortbouwen, is het vaak lastig te bepalen waar precies te beginnen. Als het niveau te hoog wordt ingeschat, zal dat onvermijdelijk tot gaten in kennis en daarmee ook minder zelfvertrouwen bij de studenten leiden. Als het startniveau te laag lijkt, kan verminderde motivatie het gevolg zijn. Veel docenten kiezen daarom om ergens ‘halverwege’ te beginnen, wat vaak én te hoog én te laag blijkt te zijn.

Solfège leren is een proces met eigen bijzonderheden, waar concepten als voorbereiding en readiness for learning (Edwin Gordon) een grote rol spelen. De gekozen learning sequence moet voor een sterke basis zorgen en heeft ook veel invloed op het eindresultaat. Het is de uitdaging voor de docent om de solfègecursus zo te organiseren dat de (basis-)vaardigheden systematisch worden ontwikkeld, terwijl het niveau nooit als (te) laag wordt ervaren.

Via een vergelijking van solfègemethodieken voor het hoger onderwijs en voor kinderen, kom ik tot een aantal suggesties hoe aandacht te kunnen geven aan basisvaardigheden zonder dat het voor studenten als een basiscursus voelt. Daarnaast zal ik enkele concrete voorbeelden uit de praktijk laten zien.

Gezamenlijk vertrek naar diner in restaurant Onz, Theresiastraat 37, Den Haag (www.onzrestaurant.nl); 3-gangen menu aan 27,5 euro.